Nieuwe releases van de week: Slow Bear: “Fucking Off” (Dopey Sonofabitch Music/Wiener Records)/ Shame: “Songs of Praise” (Dead Oceans)

Een maand ver in het nieuwe jaar= een verse portie nieuwe releases. Camino helpt u het kaf van het koren te scheiden, te  beginnen met:

Slow Bear: “Fucking Off”

slow

Eigenlijk had deze recensie er al een goeie tien maanden geleden moeten zijn, maar vertragingen met de mastertapes hebben de release van Slow Bear’s tweede album Fucking Off met het nodige uitstel opgezadeld. De plaat kwam er uiteindelijk toch en het moet worden gezegd: ze is sindsdien nooit langer dan een dag uit Camino’s stereo verdwenen.

Na jaren van ervaring in bandformaat was het in beperkte oplage en enkel op cassette uitgebrachte debuut Pale Morning Fades voor het Leuvense multi-talent een eerste test of hij het ook op zichzelf kon. Onder de lo fi-kwaliteit van de huisopnames schuilde een resem uitstekende songs waarin Slow Bear, zonder voor zichzelf grenzen op te leggen, paden verkende van de muziek die hem heel zijn leven reeds had beïnvloed. De songs dansten gezwind tussen 60’s folk, psychedelica, indie rock en grunge en gaven een eerste inzage in Slow Bear’s avontuurlijke muzikale hersenspinsels.

Voor de opvolger ging Slow Bear voor een professionelere aanpak. Opgenomen in een echte studio, klinken de songs dit keer iets meer uitgewerkt en heeft hij meer nadruk gelegd op de arrangementen en de productie. Maar aan kracht boeten de songs allerminst in. De muziek van Slow Bear onder één allesomvattende noemer vatten, blijft na verscheidende pogingen een lastige opgave. Meer nog dan als singer-songwriter, klinkt hij als een éénmansband. Want hoewel Slow Bear, op een verdwaalde baslijn of een flard percussie na, alles zelf heeft ingespeeld, klinkt Fucking Off als het werk van een geroutineerde band.

Als bij een ouderwetse vinylalbum, kan je Fucking Off indelen in twee delen. De eerste helft van het album baadt met songs als Porno Jack en A Better Me in dezelfde sfeer als de vorig jaar via zijn sociale mediakanalen (en voorzien van een grappige videoclip) vooruitgeschoven titelsong. Stompende, op een akoestische gitaarriff drijvende folk die schijnbaar makkelijk in het oor ligt. Maar de verschillende gitaarlagen waaronder Slow Bear de songs toedekt, geven het geheel een grilliger karakter mee dan op het eerste gehoor merkbaar is. En verraden een beetje een voorliefde voor lo-fi indierock en hedendaagse garagerock.    

Het kantelpunt ligt halfweg de plaat bij het ruim negen minuten durende Spirit Broken (I Fixed It), dat je met zijn indrukwekkende gitaarlijn en spaarzaam aangeslagen pianotoetsen minutenlang in een houdgreep houdt en zich als één van de hoogtepunten van het album manifesteert. De songs die daarna volgen lijken minder uitbundig, meer ingetogen en wat somberder van toon. In de mooie pianoballade As Far As My Mind Drifts toont hij zich op zijn meest kwetsbaar. En in Born From Indecision en afsluiter Quarter of a Story grijpt hij op eenvoudige, maar uiterst efficiënte wijze terug naar zijn voorliefde voor folky singer-songwriters.

Met Fucking Off heeft Slow Bear, naar onze bescheiden mening één van de zwaar onderschatte vaderlandse talenten, opnieuw een erg mooi, gevarieerd en avontuurlijk werkstuk gemaakt dat de clichés die aan zijn genres verbonden zijn handig weet te omzeilen. Hiermee maakt hij het zichzelf en zijn luisteraar nergens echt gemakkelijk, maar de volhouders worden beloond met een plaat die zich op alle vlakken onderscheidt van de vaak voorspelbare sound van de Belgische muziekscene.

 

 

Shame: “Songs of Praise”

download

In de categorie ‘post-punk revival’, die vooralsnog voornamelijk uit Noord-Amerikaanse bands (Ought, Protomartyr, Preoccupations…) leek te bestaan, kunnen we sinds kort in vette letters het Britse Shame bijschrijven. Op hun uitstekende debuutalbum Songs of Praise trachten de Zuid-Londenaren de sound van de post-punk opnieuw te claimen en terug te brengen naar zijn roots: het Verenigd Koninkrijk van veertig jaar geleden, dat aan de vooravond van zijn meest conservatief geleide decennium stond, waar de hoogste naoorlogse werkloosheid heeste, de klassenkloof groter was dan ooit en waar racisme en hooliganisme schering en inslag waren. Vier decennia en een post-Brexit kater later lijkt het land meer dan ooit opnieuw in onzekerheid en angst te zijn ondergedompeld. En die gevoelens dringen diep door tot de teksten van frontman Charlie Steen.

Waar Shame op hun debuut bijzonder in excelleren, is de kunst om hun woede en ontevredenheid in gevarieerde lagen op je af te vuren. In songs als opener Dust on Trail, ConcreteTasteless en Donk spuwt Steen met vitriool, terwijl de band achter hem een indrukwekkende wall of sound neerzet. In het weinig aan de verbeelding overlatende Gold Hole en in The Lick gaat het vijftal dan weer subtieler te werk. En single One Rizla surft dan weer op een shoegazeriff die vijfentwintig jaar geleden uitermate populair was. De band houdt het beste echter voor het einde: in Angie, dat net onder de zeven minuten afklokt, vallen alle invloeden van de band netjes samen in een gelaagde, in toon meer gedempte, maar diep in de ziel snijdende song die deze sterke plaat in stijl afsluit.

Met het uitstekende Songs of Praise lijkt Shame de in slaap gesukkelde Britse undergroundscene met één luide klap opnieuw wakker geschud te hebben. ‘I never know many words/Never sharp enough to cut the cheeks/I may be cursed by company/But at least I get to speak/And my tongue will never get tired’, sneert Steen in Lampoon. Als hij die belofte kan aanhouden, kan het Britse establishment maar beter maken dat het uit zijn buurt blijft.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s