Beck: “Mellow Gold” (1994)

MellowGold

Mainstreamdoorbraak

Recent hadden we het in deze rubriek nog over Generation X naar aanleiding van de vijfentwintigste releaseverjaardag van Pavement’s Crooked Rain Crooked Rain. En ook vandaag kunnen we het onderwerp niet helemaal uit de weg gaan: dag op dag een kwarteeuw geleden verscheen Mellow Gold, het derde album en de mainstreamdoorbraak van een tot dan toe volstrekt onbekende artiest genaamd Beck. Gestuwd door de vooruitgeschoven single Loser werd het album een absolute bestseller en Beck ongewild en ironisch genoeg één van de uithangborden van de luie, cynische generatie jongeren van de jaren ’90. Een juk dat hij echter snel van zich kon afgooien.

Beck groeit op in een arbeiderswijk in Los Angeles. Als tiener komt hij voor het eerst in contact met de diverse muziekscene van zijn geboortestad, mede door de artistieke contacten van zijn moeder Bibbe Hansen, muzikante en actrice, en zijn vader, de Canadese producer David Campbell. Hij raakt voornamelijk gefascineerd door folk en Delta bluesartiesten als Leadbelly en Mississippi John Hurt, wiens fingerpickingstijl hem enorm intrigeert. Hij leert zichzelf gitaar spelen en trekt als 16-jarige de straat op, waar hij voornamelijk folk-en bluescovers speelt. In 1989 verhuist hij met enkel zijn gitaar en nauwelijks geld op zak naar New York. Hij zoekt er tevergeefs naar een job en een verblijfplaats, maar raakt er wel betrokken bij de anti-folkscene, een collectief van muzikanten die de muzikale clichés zo veel mogelijk overboord wil gooien en zichzelf totale vrijheid gunt. Hoewel zijn verblijf aldaar geen groot succes wordt en hij twee jaar later met meer illusies dan verwacht terugkeert naar Los Angeles, zouden de muzikale principes die hij er opdoet van cruciaal belang blijken voor de rest van zijn carrière. Opnieuw in Los Angeles probeert hij naam te maken in de lokale clubscene, waar hij solo tracht aan de kost te komen door te performen en cassettes met zelfgemaakte demo’s te verkopen. In 1992 wordt hij opgemerkt door Tom Rothrock, Rob Schnapf en Brad Lambert, muziekproducers en oprichters van het onafhankelijke label Bong Load Custom Records. Het zijn vooral de twee eerstgenoemden die een belangrijke rol zullen spelen in de lancering van Beck’s carrière: Schnapf nodigt hem uit om op te treden in hun club en Rothrock stelt Beck, die intussen een meer dan sterke interesse heeft opgebouwd in hiphop, voor aan Carl Stephenson. Stephenson is huisproducer bij het hiphoplabel Rap-A-Lot Records en de ontmoeting mondt uiteindelijk uit in een samenwerking tussen beiden. He resultaat is de song Loser, een kruisbestuiving tussen folk en hiphop, opgesmukt met samples. Ontevreden over het eindresultaat besluit Beck het bij dat ene experiment te houden en keert terug naar zijn akoestische folkstijl.

In 1993 besluit Bong Load Custom Loser in beperkte oplage toch op single uit te brengen. Beck, die op dat moment erg krap bij kas zit en in een armoedig appartement in LA verblijft, is aanvankelijk tegen idee. Het is Rothrock die hem uiteindelijk weet te overtuigen en met succes: de single krijgt verrassend veel airplay op college radiostations en de 500 origineel geperste exemplaren verkopen in een mum van tijd uit. Bong Load Custom kan de vraag niet meer aan en Beck wordt van de ene dag op de andere onderwerp van een ware oorlog tussen grotere labels voor zijn handtekening. In de zomer van 1993 kiest hij voor Geffen Records, waar hij enerzijds een grote dosis creatieve vrijheid geniet en anderzijds erin slaagt een clausule in zijn contract te laten opnemen dat hij zijn minder commercieel getint werk kan blijven uitbrengen bij kleinere, onafhankelijke labels. Het beste voorbeeld daarvan is One Foot In the Grave, een lo-fi folkalbum met alternatieve countryinvloeden dat hij in het najaar van 1993 opneemt in Olympia, Washington bij Beat Happening-frontman Calvin Johnson en op diens label K Records uitbrengt. Dat album verschijnt echter pas in juni 1994, daar Beck eerst contractuele verplichtingen heeft bij zijn nieuwe werkgever.

Mellow Gold, Beck’s major labeldebuut bij Geffen verschijnt op 1 maart 1994 en bevat een collectie songs die hij opnam in de loop van 1993. Zijn stijl is intussen dusdanig geëvolueerd dat het album een rijk pallet aan stijlen bevat, gaande van lo fi folk (Pay No Mind (Snoozer), Whiskeyclone, Hotel 1997, Truckdriving Neighbours Downstairs (Yellow Sweat), Nitemare Hippie Girl), lo fi blues (Fucking With My Head (Mountain Dew Rock)), hiphop (Soul Sucking Jerk, Beercan), experimentele rock (Mutherfuker) en zowat alles daartussen (Sweet Sunshine). Aangestuurd door het door Geffen op single heruitgebrachte en vooruitgeschoven Loser groeit Mellow Gold uit tot een bestseller met 2 miljoen verkochte exemplaren in de VS, goed voor dubbelplatina. De meeste critici zijn eveneens lovend omwille van de creatieve vrijheid die Beck hanteert en zijn muzikale crossover aan stijlen. Zoals zo vaak treedt er in veel recensies echter ook een vorm van journalistieke luiheid op en wordt Beck vaker dan hem lief is als slacker en spreekbuis van Generation X omschreven, wat hij zelf sterk bestrijdt. In een interview verduidelijkt hij dat kordaat met de woorden: “I never had any slack. I was working a $4-an-hour job to stay alive. That slacker stuff is for people who have the time to be depressed about everythng”. Ondanks het succes van Mellow Gold heeft Beck in het daaropvolgende jaar bijzonder veel moeite met de druk en de verwachtingen van zijn platenmaatschappij, publiek en pers, mede omdat opvolger One Foot In the Grave (dat net voor het festivalseizoen van 1994 verschijnt bij K Records) niet het verwachte commerciële succes scoort. Zijn onzekerheid mondt vaak uit in chaotische en uiterst ontoegankelijke concerten, waarin hij zijn grootste hit saboteert en de vrees neemt toe dat Beck een one-hit-wonder zal blijven. Desondanks geniet hij steun van Tom Petty en Johnny Cash, die hij tot zijn close vrienden mag rekenen. En wanneer Sonic Youth hem meenemen tijdens hun tour door Europa in 1995, vindt hij zijn spelplezier geleidelijk terug. Het resulteert in de zomer van 1996 in een magistraal nieuw album Odelay, waarmee hij in stijl afrekent met de clichés en vooroordelen waarmee hij na het succes van Mellow Gold af te rekenen had. In de daaropvolgende jaren zal hij met albums als Mutations (1998), Midnite Vultures (1999) en Sea Change (2002) uitgroeien tot één van de meest succesvolle artiesten van zijn generatie. Na jarenlange speculaties bekent hij in 2005 lid te zijn van Scientology en dat onder impuls van zijn vader al heel zijn leven is geweest. Er is geen wetenschappelijk bewijs voor het feit dat deze verklaring ermee te maken heeft dat zijn albums sindsdien minder zijn geworden, maar het is wel een vaststelling. Vandaag de dag is Beck nog steeds actief.

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s