Mudhoney: “My Brother the Cow” (1995)

Mybrotherthecow

Overgangsplaat en ode aan de voobeelden

Er zijn van die albums die in de loop der geschiedenis onder het stof der archief beland zijn, maar op de redactie van Camino Verdraait wel belangrijk genoeg zijn gebleven voor een hulde. My Brother the Cow, het vierde album van Mudhoney, is zo een plaat. Het is het eerste album dat het viertal maakte na de dood van regiogenoot en zielsverwant Kurt Cobain en daardoor misschien wel de meest noodzakelijke plaat die de band diende te maken in zijn intussen meer dan drie decennia overbruggende carrière.

Mudhoney is één van de beste voorbeelden van een ondergewaardeerde band. In de nasleep van het grote grungesucces begin de jaren ’90 proefde de band weliswaar welverdiend mee van het succes, maar desondanks zijn ze als ‘grunge-overlevenden’ (samen met hun gouwgenoten Melvins) altijd een beetje onder de radar gebleven. In tegenstelling tot bands als Pearl Jam of Soundgarden, is Mudhoney steeds relatief onbekend gebleven bij het grote publiek, zijn ze noodgedwongen in kleinere of middelgrote zalen moeten blijven spelen en hebben de nodige hindernissen hun weg naar de top meermaals versperd. Daarnaast zijn ze op kritisch vlak vaak harder aangepakt dan hun tijdgenoten. Vooral in de Britse pers werd de band uitermate hard bekritiseerd door het feit dat ze na de dood van Cobain, een man met wie de vier leden van Mudhoney zeer close waren, beslisten om de band niet te ontbinden en verder te bouwen aan hun carrière. Maar eigenlijk hadden ze geen andere keuze: de verplichtingen ten aanzien van een major label liggen nu eenmaal anders dan bij een huiselijke, onafhankelijk label als Sub Pop. Dus neemt het viertal in het najaar van 1994 noodgedwongen, maar ook uit overlevingsdrang zijn vierde full-LP op in Seattle.

My Brother the Cow verschijnt eind maart 1995 (en op de dertigste verjaardag van gitarist Steve Turner) bij Reprise Records en is deels een terugkeer naar de roots. Het album levert een explosieve en opwindende mix af van het vuile, garagepunkgeluid van de begindagen en de meer grungegetinte sound van de wat gemengd onthaalde voorganger Piece Of Cake (1992). Tegelijk is de plaat een eerbetoon aan bands en artiesten die een grote invloed hebben gehad op Mudhoney, door subtiele hints of verwijzingen naar die artiesten. Zo is de song F.D.K. (Fearless Doctors Killers) een ode aan hardcore/punkpioniers Bad Brains, het bluesy Orange Ball-Peen Hammer verwijst dan weer naar Captain Beefheart en steelt in de tekst stukken Led Zeppelin, maar de meest duidelijke hint zit in slotsong 1995, dat niet alleen in de titel, maar evenzeer muzikaal een eerbetoon is aan de band’s grootste helden The Stooges. De vooruitgeschoven single Into Yer Shtik duwt de band op zijn beurt dan weer ongewild in een onnodige heisa, wanneer Courtney Love verkeerdelijk de band ervan beschuldigt de song over haar te hebben geschreven in de nasleep van de zelfmoord van Kurt Cobain. Frontman Mark Arm heeft die aantijgingen steeds ontkend. Ook omtrent de andere single uit het album, Generation Spokesmodel, heerst onduidelijkheid of Arm het al dan niet over Cobain heeft, maar de band heeft de betekenis van de song nooit uitgeklaard.

Reacties op My Brother the Cow zijn, net als bij de voorganger, eerder gemengd. De Amerikaanse pers is positief en prijst de band voor een terugkeer naar de vorm van de eerste albums en looft Mudhoney voor de weigering commerciële toegiften te doen nu ze bij een major label actief zijn. De Britse pers is echter ongemeen en onterecht hard voor de band omwille van hun beslissing om door te gaan, terwijl ze generatiegenoten als Sonic Youth, Soundgarden en Pearl Jam ongenuanceerd blijft bewieroken. Persoonlijk zitten we wat in het gematigdere kamp: My Brother the Cow is lang niet het beste album van de band, maar het is een betere plaat dan Piece of Cake. En het is in de loop der jaren uitgegroeid tot de plaat die de band noodzakelijk diende te maken in de nasleep van de dood van het boegbeeld van een generatie en anderzijds om zelf te overleven in het ongemeen harde en onvergeeflijke rockcircus. My Brother the Cow is tevens een keerpuntalbum in de carrière van de band. Door de matige verkoop (40 000 verkochte exemplaren), nemen de spanningen met Reprise toe en na de matige opvolger Tomorrow Hit Today wordt de band door het label buiten gegooid. Wat later verlaat ook bassist Matt Lukin de band. Aan het begin van het nieuwe millennium hertekent de band bij het vertrouwde nest Sub Pop en start een minder productieve, maar boeiende tweede carrière.

 

 

 

 

Concerttip van de week: Together Pangea

together-pangea-dispassionate-ep-release-new

Het is in hippe rockmiddens nog lang geen ronkende naam, hun nochtans aanstekelijke singles zijn nooit op de radio te horen, ze worden door de vaderlandse pers (op enkele indie en/of undergroundzines/blogs na) volstrekt genegeerd en ze zijn in ons land zelden op één van de talrijke festival te zien. En toch is Together Pangea (afkomstig uit Santa Clarita, Californië, maar tegenwoordig vanuit Los Angeles opererend) al een klein decennium lang één van de, zo niet de beste rockbands van de Amerikaanse underground, die ondanks de geringe naambekendheid ook in ons land vaak een grote schare fans naar hun concerten lokt. De band’s cultaanhang is volgens onze bescheiden mening dan ook geen toeval: frontman, gitarist en hoofdsongschrijver William Keegan is namelijk één van de beste songschrijvers van zijn generatie, die onder de vaak rauwe, stevige garagerockers van Together Pangea loepzuivere en uiterst catchy popparels verbergt. Daarnaast sleept de band een formidabele livereputatie met zich mee, waardoor hun concerten vaak uitmonden in wilde rockfeestjes. Het wordt met andere woorden dringend tijd dat u ze gaat ontdekken en laat dat nu net het toeval zijn: eind deze week zijn ze in ons land te bewonderen!

Together Pangea spelen op vrijdag 20 september in de Muziekodroom in Hasselt. Aanvang vanaf 19u30, er zijn nog tickets beschikbaar. Alle info op http://www.muziekodroom.be

 

 

The Stooges: “The Stooges” (1969)

StoogesStooges

Rauw, intens en tijdloos

We hebben het in deze klommen de voorbije weken meermaals gehad over het jaar 1969. Het was de zomer waarin de flower power- en hippiecultuur hoogtij vierde en de twee jaar voordien ingezette ‘Summer of Love’ een absoluut hoogtepunt kende met het befaamde Woodstock Festival, dat komende week exact een halve eeuw geleden plaats vond. Tegelijk betekende de zomer van 1969 evenzeer een keerpunt op maatschappelijk en muzikaal vlak. Er was, naast Woodstock, de veelbesproken landing en eerste mens op de maan, het alsmaar groeiende protest tegen de Vietnamoorlog en nog steeds schrijnende rassenongelijkheid in de VS en tijdens het concert van The Rolling Stones op het Altamont Free Concert in december werd de jonge Afro-Amerikaan Meredith Hunter door leden van de Hells Angels (die de security verzorgden) doodgestoken. Het incident betekende het definitieve einde van de ‘Summer of Love’ en leidde aan het begin van de jaren ’70 een nieuw tijdperk van onrust, ontevredenheid en (rassen)incidenten in. Weinig albums uit dat tijdperk vangen de sfeer van de tijdsgeest beter dan het rauwe, intense en tijdloos geworden titelloze debuutalbum van The Stooges.

Reeds lang voor het overrompelende succes van Woodstock en het dodelijke incident op Altamont, waren er in meer geïndustrialiseerde arbeiderssteden van de VS al tegenbewegingen tegen de hippiecultuur op gang gekomen, contraculturen die zich niet enkel verzetten tegen de filosofie van de flower power, maar zich eveneens radicaal afkeerden van de muzikale trends van die dagen door terug te keren naar basale, intense en rauwe rock & roll. De uit Detroit afkomstige MC5 (hun bandnaam alleen al is een ode aan de arbeiderscultuur van hun thuisstad) brachten reeds in februari 1969 hun onvolprezen en live opgenomen debuutalbum Kick out the Jams uit, dat de haast perfecte vertolking is van een miskende en onbegrepen jeugd en, geïnspireerd op de obscure garagecultuur van midden jaren ’60, rockmuziek opnieuw opwindend en essentieel laat klinken, in plaats van langdradig, pretentieus en saai. Deels door hen geïnspireerd, deels door het zien van The Doors en plaatselijke bluesmuzikanten, richt in 1967 James Newell Osterberg (alias Iggy Pop) een handvol mijl verderop in An Arbour zijn eigen band The Stooges op. The Stooges zouden tijdens hun kortstondig bestaan medeverantwoordelijk blijken voor een kentering in de rock en van een onmiskenbare invloed blijken voor de opmars van de punk een aantal jaren later.

Met Iggy Pop op lead vocals, de broers Ron (gitaar) en Scott Asheton (drums) en Dave Alexander op bas, nemen The Stooges in april 1969 hun debuutalbum op in The Hit Factory in New York, met The Velvet Underground-gitarist John Cale als producer. Initieel had de band maar vijf nummers klaar voor opname: 1969, I Wanna Be Your Dog, We Will Fall en Ann. De band zal aanvankelijk ook die afgewerkte nummers na twee weken presenteren als het volwaardige album bij de bazen van hun platenlabel Elektra Records, die de plaat weigeren omwille van te weinig materiaal. Tijdens de laatste opnamesessie schrijft het kwartet uiteindelijk nog drie nummers bij, die ze in de opnamestudio zelfs voor het eerst inspelen (Real Cool Time, Not Right en Little Doll), waardoor de band uiteindelijk wel voldoende songs presenteert aan Elektra om een volwaardige LP te releasen. Dat titelloze debuut verschijnt in augustus 1969 bij Elektra Records en laat een geluid horen dat grotendeels indruist tegen de muzikale tijdsgeest. Op hun eersteling grossieren The Stooges veelal in opwindende, rauwe en vaak korte (een handvol songs komt nauwelijks boven de 3-minutengrens) gitaarrocksongs, drijvend op eenvoudige, maar krachtige powerriffs. Met singles als 1969, No Fun en I Wanna Be Your Dog bevat de plaat een handvol van de band’s standaardsongs en ook song als Real Cool Time, Not Right en Little Doll banen zich een weg naar het collectieve geheugen. Al gaat dat niet zonder slag of stoot: eind jaren ’60 blijken The Stooges hun tijd een aantal jaren voorop te lopen. De pers is grotendeels vernietigend voor het album, de verkoopcijfers zijn uitermate matig en het grote publiek blijkt evenmin klaar voor The Stooges’ wilde en provocerende liveshows, waarin vooral Iggy Pop de aandacht opeist. Het is pas een aantal jaren later dat het album stilaan de waardering begint te krijgen die het verdient, voor een groot deel in de hand gewerkt door de opkomst van de punkbeweging in de VS en Engeland en waarop het een grote invloed heeft uitgeoefend. Voor The Stooges zelf is het een startpunt van een hobbelige carrière, waarbij de band tussen 1971 en 1975 twee maal split en heropgericht wordt. De te vroege dood van bassist Dave Alexander in 1975 betekent het schijnbaar definitieve einde van de band, tot Iggy in 2003 de broers Asheton weer bij elkaar roept voor een reünie en twee matige nieuwe albums (met de invloedrijke bassist Mike Watt als vervanger voor Alexander). Wanneer binnen een periode van amper vijf jaar Ron (in 2009) en Scott Asheton (in 2014) overlijden, trekt Iggy Pop als enige overgebleven origineel lid definitief de stekker uit de band. Vandaag de dag wordt The Stooges een halve eeuw na zijn release door de publieke opinie als een tijdloos en essentieel rockalbum beschouwd.

 

 

 

Nieuwe release van de week: The Coathangers: “The Devil You Know” (Suicide Squeeze Records)

Coathangers_DevilYouKnow

Uitstekende balans tussen melodieus en rauw

Dat The Coathangers niet voor één gat te vangen zijn, hebben ze in het verleden reeds meermaals bewezen. Op hun nagelnieuwe en zesde studioalbum The Devil You Know (ook nu weer verschenen bij Suicide Squeeze Records) houdt het trio, zonder spectaculaire nieuwe wegen in te slaan, opnieuw uitstekend de balans tussen melodieuze en poppy rocksongs en wat rauwere garagepunk. En leveren ze alweer een gevarieerd, doch erg herkenbaar werkstuk af.

Dat The Devil You Know alweer een erg gevarieerd, maar typisch The Coathangers-album is geworden, heeft veel, zo niet alles te maken met hun handelsmerk en sterkste wapen: de clash der stijlen tussen de twee voornaamste songschrijvers binnen de band, gitariste Julia Kugel en drumster Stephanie Luke. Leent de wat rauwere schuurpapierenstem van Luke zich uitstekend voor de wat ruigere garagepunk stompers genre Hey Buddy, legt Kugel met haar soulvollere en zachtere stemgeluid meer variatie in haar songs, gaande van gitaarpop (Last Call), soulvolle pop (in afsluiter Lithium) tot stevige punkrock (in het zorgvuldig opgebouwde Step Back en het onvolprezen F the NRA). Op hun best is het trio echter als ze beide stemmen met elkaar in de clinch laten gaan. Zo ontaardt de melodieuze gitaarpop van opener en vooruitgeschoven single Bimbo al snel in een vuile garagerocker. En in het noisy en vrij eendimensionale Stanger Danger weet Kugel verrassend veel sensualiteit te verbergen. Basiste en stille kracht Meredith Franco lijmt dit alles aan elkaar met een niet aflatende en aanstekelijke groove en drukt in het gejaagde Stasher haar eigen typische stempel in de lead vocals.

Met The Devil You Know hebben The Coathangers een uitstekende en langverwachte opvolger gemaakt voor het drie jaar oude en voorlopige hoogtepunt uit hun carrière Nosebleed Weekend. Door in het begin van het album met 5 Farms en Crimson Telephone  twee mindere songs aan de dag te leggen, evenaren ze het niveau van deze voorloper net niet op dit nieuwe album. Desondanks dendert het trio op The Devil You Know in stijl verder op de ingeslagen en wat ons betreft uiterst boeiende weg.

 

 

Nieuwe release van de week: The Fistulas: “Inside of You” (demo) (eigen beheer/Starfish- Tits Records)

The_Fistulas-Flying_hand

Hypnotic punk with rock & roll rythm

Een wijze raad aan al de professionele en hobbyrecensenten: vertrouw ze niet, die bandjes die na een lawaaierig optreden in één of ander jeugdhuis/garage/… met zelfgemaakte en vaak erbarmelijk opgenomen demo’s staan te zwieren en ze u aan schandalig hoge prijzen van €10 proberen aan te smeren. Wij zijn hier bij Camino Verdraait zijn de grootste supporters van het credo ‘Support your local scene’, maar evenzeer van ‘Trop is teveel’: een dringende uitwas van deze praktijken is dringend aan de orde. Waar zijn SABAM en de behoeders van het conservatieve, nationale belang die zeldzame keer dat je ze echt nodig hebt? Nergens te bespeuren, uiteraard…

Er zijn uiteraard uitzonderingen die elke regel bevestigen. We waren hier op de redactie met andere woorden uitermate gecharmeerd en bijzonder enthousiast over Inside of You, de demo die bassist (en zelfverklaarde serial heartbreaker) Cristophe ‘The Krikke’ Van Meerbeeck ons afgelopen zaterdag in onze handen stopte van zijn geweldige band The Fistulas (voor wiens bandnaam we alvast een extra bonuspunt uitdelen). Want in een landschap waarin pseudosterren, te veel serieux en muzikale verloedering alsmaar meer de norm lijken te worden, is de onversneden en bij wijlen humoristische garage punk van The Fistulas een verfrissende ervaring. De gitaren produceren exact het geluid waarvoor het instrument is uitgevonden, de baslijnen geven het geheel een sexy groove en de drums bezitten de zeldzame gave om er tegelijk efficiënt op los te meppen en toch de dansbenen niet te verwaarlozen. Naast het muzikale aspect zijn The Fistulas eveneens een verademing op vlak van attitude. Het trio lapt met graagte regels aan de laars, heeft lak aan het algemeen fatsoen en steekt een welgevormde middenvinger op naar het rijk der hipsters. Voorvechters van de #metoo-beweging, abonnees van De Morgen en beschermers van het puriteins, zedelijk leven lopen best in een grote boog om deze band heen. De rest mag best een halfuurtje van zijn kostbare vrije tijd besteden aan deze demo.

Inside of You duurt, door het razende tempo dat The Fistulas zichzelf opleggen, nauwelijks twintig minuten, maar laat er allerminst gras over groeien: doorheen tien songs kruist het trio luide garage rock genre The Sonics en The Monsters met rechttoe-rechtaan punk in ware Ramones-traditie. Elke song blijft netjes onder de drieminutengrens en beperkt zich in stijl tot de essentie van rock & roll: het winterprut uit de oren blazen en tegelijk een aanslag plegen op de onderbenen. En een stevige injectie humor ontbreekt evenmin: songtitels als Inside of You, Bikini Girls, Glitch Bitch, Pushy en Sex Machine laten niets aan de verbeelding over en vertellen exact het thema dat ze behandelen. In L is For Love beschrijft frontman/gitarist ‘Dr. Weskes’ met veel genot welke lichaamsdelen hij leuk vindt van zij die hij probeert aan de haak te slaan (het blijkt alles te zijn). En in Dick Head krijgt ene Freddie (zij die een jaar geleden op één van de eerste concerten van The Fistulas in Diest bij waren, weten over wie het gaat) er terecht stevig van langs. Twintig minuten en tien strakke, goed op elkaar ingespeelde songs verder, keert de rust weer  in de huiskamer, maar heb je instant zin om deze wervelwind opnieuw te ontsteken.

Met Inside of You hebben The Fistulas een uitstekende eerste demo afgeleverd, waarmee ze niet enkel hun livesound meer dan aardig evenaren, maar de vaderlandse garage punk eveneens van de broodnodige zuurstof voorzien. ‘Als ge de maskes aan het dansen kregt, dan wette da ge goe bezig zet’, is het moto van Dr. Weskes. In die missie is zijn band met deze demo op onze redactie alvast met brio geslaagd.

 

 

Concerttip van de week: The Fistulas

50618202_2180603892001891_6589607548742008832_o

“A reckless dance down the devil’s road of sin and self-destruction leading you to eternal damnation”: qua beschrijving van hun doelstelling winden de jongens van The Fistulas er alvast geen doekjes om. Hun muziek omschrijven ze als ‘seedy dirty hard rythm punk surf psycho trash’. Denk aan The Sonics die op de vuist gaan met The Monsters. Of The Stooges die een paringsdans uitvoeren met de Ramones, alwaar Dick Dale geamuseerd zit naar te staren. Garagepunk van het vuilste soort, waarmee het trio (twee veertigers en een prille vijftiger) niet enkel een hardnekkig om de hoek loerende midlifecrisis tracht te bestrijden, maar eveneens stilaan furore begint te maken tot ver buiten de grenzen van hun eigen Hageland.

Komende zaterdag 2 maart spelen The Fistulas echter wel nog een thuismatch, wanneer ze aantreden in Garage in My Livingroom in Scherpenheuvel, in een driedubbele bill met The Strong Come Ons en Humo’s Rockrally finalist Diane Grace. Aanvang vanaf 19u30. Alle info op http://www.thefistulas.com of op http://www.garageinmylivingroom.bandcamp.com

 

Dead Moon: “Crack in the System” (1994)

MRP057LP_PROD

Onder de radar, maar uiterst invloedrijk

We blijven nog eventjes in het geweldige jaar 1994 deze week voor een terugblik op een album en bij uitbreiding een band die heel hun twintigjarig bestaan lang zwaar ondergewaardeerd zijn gebleven, maar tegelijk van een enorme invloed zijn geweest op de ontwikkeling en popularisering van de alternatieve rock.

Dead Moon ontstaat in 1987 wanneer Fred Cole en zijn echtgenote Kathleen ‘Toody’ Cole, oudgedienden van de rockscene uit Portland, Oregon, besluiten om opnieuw rock & roll te gaan spelen na jaren in eerder country gerelateerde bands als Western Front en The Range Rats te hebben gezeten. Hiermee keren ze terug naar hun muzikale roots, die tot ver in de jaren ’60 teruglopen. Ze voegen de aanzienlijk jongere drummer Andrew Loomis bij de band. Onder de naam Dead Moon en sterk geïnspireerd door de plaatselijke punkscene, zullen ze de komende twee decennia een onvolprezen mengvorm van garage rock en punk met countryinvloeden, tien studio- en een handvol livealbums maken. Muziek waarmee ze heel hun carrière lang ten onrechte onder de radar zullen blijven, ondanks een kleine stijging in populariteit aan het begin van de jaren ’90, omwille van hun sterke invloed op de grungebeweging. Vijfentwintig jaar geleden verscheen hun zesde album Crack in the System, misschien wel hun laatste echte tour de force.

In ware punktraditie, bracht Dead Moon aanvankelijk zijn albums uit op het door Fred en Toody in 1988 opgerichte en zelfstandig gerunde Tombstone Records, genoemd naar de muziekwinkel die ze beiden openhielden in Clackamas, Oregon. Door de popularisering van de grunge, wint de band voornamelijk in Europa aan aandacht. Meer dan in de VS, waar de band geen grote tournee onderneemt tot halverwege de jaren ’90, zal de band tussen eind jaren ’80 en midden jaren ’90 voornamelijk door het oude continent toeren en daar ook heel hun carrière populairder blijven dan in het thuisland. Het is dus geen toeval dat de band in 1994 wordt opgepikt door het Duitse label Music Maniac Records, waar ze eind dat jaar een contract ondertekenen. Hun zesde album Crack in the System, dat in februari 1994 verschijnt, wordt het laatste studioalbum dat ze in eigen beheer uitbrengen.

Crack in the System komt er op het hoogtepunt van Dead Moon’s eerder bescheiden populariteit. Tijdens de piek van de grungehype wordt de band meermaals als inspiratiebron geciteerd door diverse bands uit het genre, onder andere Pearl Jam covert een aantal van hun songs en de band trekt bij elke nieuwe release/tour in Europa meer volk naar het relatief kleine clubcircuit. Het album zelf markeert op zijn beurt eveneens het hoogtepunt van Dead Moon’s creatieve hoogconjunctuur, die met albums als Unknown Passage (1989), Stranded in the Mystery Zone (1991) en Strange Prey Tell (1992) eerder al uitstekende werkstukken had afgeworpen. Met wat overdrijving kunnen we Crack in the System als het verlengstuk en laatste schakel van die sterke periode en misschien wel Dead Moon’s laatste echt sterke album noemen. De plaat bevat een aantal van de beste songs uit hun carrière, zoals het door Toody gezongen Cast Will Change, Day After Day en vooral het onvolprezen It’s OK, dat in de loop der jaren is uitgegroeid tot een fanfavoriet. Naar aloude traditie covert Dead Moon ook op Crack in the System een rockklassieker, deze keer Times Are a-Changing van Bob Dylan en komt er, onder andere door de fijne samenzang tussen Fred en Toody, opnieuw meer dan aardig mee weg.

Crack in the System wordt in Europa opnieuw een groter succes dan in de VS en op het oude continent krijgt de band in die jaren zelfs een soort cultstatus. Ondanks de verandering van platenlabel, zal het trio de jaren daarna echter voornamelijk onder de radar blijven opereren en nooit echt van het grote succes van zijn tijdgenoten mogen proeven. In 2006 trekken ze de stekker eruit met een uitgebreide wereldtournee. In 2014 volgt een eenmalige reünie en worden een deel van hun albums heruitgebracht op vinyl via Mississippi Records. In maart 2016 verliest Andrew Loomis op 54-jarige leeftijd een lange strijd tegen kanker. Fred en Toody trekken in het voorjaar van 2017 een laatste keer op tournee als duo. In november van dat jaar overlijdt ook Fred Cole aan de gevolgen van leverkanker. Hij werd 69.